Melkkoetje?

“Sanering kost wel half miljoen extra” kopt BNdeStem op dinsdag 12 maart. Het gaat in dit geval over de extra kosten van de sanering van de Bult van Pars in Klundert.

Nu – wederom – blijkt dat (geldverslindende) onderzoeken niet het gewenste resultaat opleveren is het misschien te overwegen om deze onderzoeken niet meer te laten plaatsvinden en gewoon te beginnen. Als je googled op het woord onderzoek in de begroting van 2020 schrik je van het aantal dat is de pijplijn zit. En over pijp gesproken: het onderzoek naar de doorvoer nieuwe haven naar de Roode Vaart/Mark heeft ook nog niet het gewenste resultaat opgeleverd. Men gaat in januari 2020 gewoon beginnen (althans dat is nu de planning) met graven, in afwachting van wat men tegenkomt.

Ik zal er wel naast zitten, maar zit er geen luchtje aan om het geplande traject van het terugbrengen van de haven op deze wijze drastisch te wijzigen? Immers zou men in april van dit jaar reeds beginnen met het deel Zuid-/Noordhaven – Haveneind en verder. Nu begint men aan de kant van de Stoofstraat. Tegen de tijd dat je aan het andere eind bent kun je niet meer terug en kan er weer een extra krediet worden aangevraagd bij de raad i.v.m. mogelijke tegenslagen. Niet in de laatste plaats door de ervaring met niet goed uitgevoerde onderzoeken. De andere partijen (SOK) zijn dan niet meer aanspreekbaar op extra kosten. Dat hebben ze duidelijk te kennen gegeven tijdens de recente afspraken. Dat geldt ook voor Onafhankelijk Moerdijk. Die partij was hier heel duidelijk over. Maar goed; laat ik daar niet op vooruitlopen.

Nu gaat de sanering van de Bult van Pars – als het aan wethouder Zwiers ligt – een miljoen euro of meer kosten. Uit de algemene reserve. Iets voor de hoeder van deze reserve (het raadslid van de CU) om zich nog eens af te vragen of dit college niet erg hard van stapel loopt met het steeds verder uitdiepen van deze gemeentelijke financiële reserve.

Over uitdiepen gesproken. Er staan nog een aantal grote projecten op stapel, waarvoor een prijskaartje (van jaren geleden) bekend is bij de raad. De uitvoering van deze projecten gaat ongetwijfeld meer geld kosten dan nu bekend. Voor al deze projecten geldt immers ook dat de bouw-/productie- en personeelskosten, waarmee het college van B&W iedere keer schermt, met minimaal twintig percent zijn gestegen en onvoldoende zijn doorberekend in de plannen. Voer genoeg het komende voorjaar voor nog meer stukjes op deze pagina.

Een gewaardeerd mens telt voor twee

In het regionale weekblad las ik zojuist de column van – dit keer – burgemeester Jac Klijs. Regelmatig schrijven de leden van het college van burgemeester en wethouders in Moerdijk een korte column in dit krantje. Vandaag ging het over waardering.

Naast een persoonlijke noot naar aanleiding van het overlijden van zijn echtgenote Hetty, sprak de burgemeester zijn waardering uit voor al die mensen die zich belangeloos inzetten voor de samenleven. Hij kleurde dit in door even terug te blikken op de momenten dat hij (en de wethouders) dit jaar weer een 25-tal lintjes mocht opspelden. Het is goed dat ook op deze wijze de waardering wordt uitgedrukt en de burgemeester hierop even terugkomt in zijn column.

Vanmorgen was ik ook in een tweetal garages. Bij de ene garage wegens een raar geluid in mijn auto, dat zich zo nu en dan laat horen en in de andere garage omdat ik interesse had in een tweetal auto’s die daar te koop staan. Bij de eerste garage werd ik direct te woord gestaan door iemand van de receptie, die het voor elkaar kreeg om binnen vijf minuten iemand van de werkplaats aan het werk te zetten. Helaas – of je bij de tandarts komt – het geluid deed zich tijdens een proefritje niet voor en de servicemonteur adviseerde vriendelijk om vooral terug te komen als het weer zo ver was.
Waardering voor deze service en de inzet van beide medewerkers.

Bij de tweede garage had ik vermoedelijk nu nog aan de balie gestaan, als ik na vijf minuten wachten zonder resultaat niet was weggegaan. Twee man (een dame en een heer ?!?) achter de receptiebalie én twee man turend naar hun beeldschermen alsmede iemand die wat heen en weer drentelde, met alleen een nauwelijks hoorbaar  ‘goedemorgen’ van de kant van de mannelijke baliemedewerker. Eén van de beeldschermtuurders was de medewerker die mij mijn huidige auto had verkocht (in dezelfde garage). Geen sjoege dus.
Ik kon weinig waardering opbrengen voor deze vorm van service, wat de reden was dat mijn geduld na ongeveer vijf minuten wachten op was.

Zomaar wat voorbeelden van waardering of juist niet; en wat zijn die kleine contactmomentjes dan belangrijk. Of je nu een lintje uitreikt aan een gewaardeerde vrijwilliger of je wordt even behandeld als een gerespecteerde klant.

Helaas. Enkele honderden meters van de plaats waar ik altijd mijn auto parkeer, was het weer zo ver. Het geluidje in mijn auto was terug.

Goede communicatie en toch niet geïnformeerd worden ?!?

“We hebben steeds helder en goed gecommuniceerd”, aldus een wethouder, die daarbij ook opmerkte dat ‘we’ (college van B&W) doen wat de gemeenteraad ons (college van B&W) heeft opgedragen. Het is per se niet uit zijn duim gezogen, want deze reactie kan regelmatig naar aanleiding van opmerkingen van deze wethouder worden opgetekend. Weliswaar worden deze bevindingen met enige regelmaat in het lokale deel van de regionale krant afgedrukt, maar we kunnen toch vaststellen, dat wat er in de krant staat, minimaal dagwaarde heeft, tenzij het tegendeel direct wordt bewezen.

Medemblik 1In dit geval gaat het over de discussie over de vermeende plaatsing van windturbines van haast 200 meter hoogte (‘tiphoogte’) op het industrieterrein. Een groep mensen uit een kern (Klundert in dit geval) is niet zo blij met minimaal een viertal windmolens op een afstand van ongeveer 1.000 meter van hun stadje. “Je zult daar toch de rest van je leven tegenaan moeten kijken”; nou ja, op z’n minst 20 jaar.
Het is niet zo dat dit groepje mensen, dat een groot deel van de inwoners van Klundert zegt te vertegenwoordigen, tegen windmolens is. Maar zo dicht bij de woonbebouwing?

“Kunnen de molens niet op een andere plaats worden gebouwd? Het industrieterrein is een ideale locatie voor dergelijke grote windturbines en met zo’n oppervlakte aan industriële bebouwing, zal er toch wel ergens een plaatsje zijn waar de molens minder storend kunnen worden neergezet” verzuchten veel Klundertenaren.

Nu weer even terug naar de ‘discussie’ tussen bewonervertegenwoordigers en wethouder. Het gaat erom dat die vertegenwoordigers zeggen dat zij niet goed zijn geïnformeerd over de plannen.
Er is dus steeds helder en goed gecommuniceerd, maar de informatievoorziening was op z’n minst onvoldoende. En zo sta je dan tegenover elkaar en kom je er niet zo een, twee, drie uit.
Maar, daar hebben ‘ze’ iets voor bedacht. Er ligt nu een ontwerp van een plan, waarmee je iets kunt vastleggen met regels, een zgn. ontwerp-bestemmingsplan. Met dit plan in je hand “kun je nu officieel bezwaar maken” tegen het plan, of zoiets zou de wethouder hebben gezegd.
Blijft echter dat helder en goed communiceren én niet goed geïnformeerd worden, uitspraken zijn waarvan de gevolgen lijnrecht tegenover elkaar kunnen komen te staan.

Misschien dat de discussie over de (ook kerngerichte) gebiedsplannen en de invulling daarvan, de burgerparticipatie bij de besluitvorming door de gemeente én het extra geld voor communicatie dat er de komende twee jaar komt, inwoners en bestuur dichter bij elkaar gaat brengen. Er ligt een mooie casus op tafel. Komen die grote windmolens er nu wel of juist niet vlak bij Klundert?
De wethouder heeft het over procedures en de inwoners over ‘beleving’. Met deze benadering loop je het risico om lijnrecht tegenover elkaar te blijven staan. Daar hebben ze dan weer democratische afspraken over gemaakt. Kijken hoe dat uitpakt.

Er is inmiddels een paar centimeter aan ‘informatie’ over dit onderwerp. Het woord is nu aan de bewoners. Dat dan weer wel!

Zevenbergen weer in beeld

ZB NoordOnlangs was stedenbouwkundige Riek Bakker op visite bij de gemeenteraad in Moerdijk. Zij was daar op uitnodiging van het college van burgemeester en wethouders. De opzet was dat Mw. Bakker haar visie zou presenteren op de toekomstige ontwikkelingen van noordelijk Zevenbergen.

Nu is er de komende jaren in Zevenbergen – als centrumkern – van de gemeente Moerdijk veel te doen.
In drie jaar tijd gaat zo’n beetje het hele centrum op de schop. Het water komt bijvoorbeeld terug zoals vroeger al het geval was. Hartje Zevenbergen krijgt meteen ook een flinke facelift. Verder staat nog meer te gebeuren in dit mooie stadje. Als in Moerdijk de provincie en de gemeente het uiteindelijk voor elkaar krijgen, dan verrijst er nabij het grote industrieterrein een logistiek park van respectabele omvang. Als tegemoetkoming voor het ongemak en de toenemende verindustrialisering van het oosten van deze gemeente krijgen een aantal projecten in de gemeente optimaal aandacht.

En juist één van deze projecten is de ontwikkelingen van Zevenbergen Noord. Ook een klein bedrijfsparkje midden in Zevenbergen (Huizersdijk) gaat dan aangepakt worden. Voor veel Zevenbergenaren een stuk verouderde commerciële gribus dat al jaren geleden afgebroken had moeten worden.
Dinsdagavond was Riek Bakker weer in Zevenbergen. Zij presenteerde nogmaals haar visie over de ontwikkelingen van de noordelijke kant van Zevenbergen. Het was tevens een kick-off van dit project. Zowel inwoners als ondernemers konden intekenen om met dit project mee te gaan denken.

Na afloop sprak ik voor- en tegenstanders. Opvallend was dat de tegenstanders voornamelijk uit de andere kernen afkomstig waren. Hier was de teneur dat er wel weer een hoop geld naar Zevenbergen zou gaan ten koste van de ontwikkeling van de andere kernen in de gemeente.
Voorstanders spraken de hoop uit dat er snel gas gegeven gaat worden.
Volgens hen wordt het tijd dat in Zevenbergen ook eindelijk eens iets gaat gebeuren. Of dat nu (mede) ter compensatie is van ongemak van elders of omdat Zevenbergen nou eenmaal de motor van de gemeente zou kunnen zijn, kwam er niet helemaal uit. Wel begreep ik dat een aantal inwoners klaar staat om mee te denken om her en der de schop de grond in te steken of zelf de bulldozer te besturen.

Voor de critici: Riek Bakker wordt niet betaald door de gemeente, maar door het commercieel samenwerkingsverband dat ideeën heeft met Zevenbergen Noord. En bijzonder aandachtspuntje is dat de inwoners en ondernemers in Zevenbergen ca. kunnen deelnemen in de visievorming.
Wel er snel bij zijn, want er wordt al driftig gas gegeven.

‘Ja, maar…’

‘Ja, maar…’ is de dooddoener voor de beste ideeën, voor de beste oplossingen voor de grootste problemen, schreef Tinkebell in haar column van dinsdag 15 maart jl in Trouw.

Ik ben van mening dat zij daarmee gelijk heeft. Alleen wordt ‘ja, maar’ ook nogal eens gebruikt in mijn omgeving om een gesprek gaande te houden. Je menig te geven als je het niet (helemaal) eens bent met de ander. ‘Ja, maar’ hoeft niet altijd ‘nee’ te betekenen.
De stroomstootjes toedienen, zoals Tinkebell in haar artikeltje voorstelt na het gebruik van ‘ja, maar’ lijkt mij dan ook niet echt nodig. Ik ken mensen die in het contactje dat ze hebben, zitten te wachten op het ‘ja, maar’, juist om nog even het gesprek te kunnen rekken. Ineens krijgt deze zogenoemde en veelgehoorde dooddoener een heel andere betekenis. Zo kan ik er nog wel een paar bedenken.

Beroerder wordt het als je met iemand in discussie bent, waarbij ‘ja, maar’ als een soort lijfspreuk zit ingebakken. Gewoon om maar aan te geven dat je het niet eens bent, zoals je het met zoveel andere dingen het ook niet (meer) eens bent. Of er – per definitie – een eigen mening op nahoudt; wat overigens op zich een prima gedachte is.

Woensdag was ik in gesprek met iemand, waarbij de meningen ‘enigszins’ uiteenliepen. We probeerden elkaar te overtuigen met argumenten, maar dat lukte niet echt.
De voor mij wezenlijke dooddoener ‘laat maar’ werd door mijn gesprekspartner uit de kast getrokken. Ik heb dan de neiging om dicht te slaan. Het hoeft ineens niet meer voor de ander en het gesprek is ten einde. Iemand heeft mij ooit gezegd dat het gebruiken van ‘laat maar’ het begin is van het einde van een relatie. En ik vind dat die persoon gelijk had. Ik ben hierop gaan letten. Het klopt. ‘Laat maar…’ en niet meer je best doen om het gesprek zinvol gaande te houden of af te ronden, is het einde van het contact op dat moment en misschien wel het begin van het einde.

Jammer dat Tinkebell niet een suggestie meegaf in haar column om het ‘ja, maar’ anders te verpakken. Ik stel voor om in de plaats van ‘ja, maar’ voortaan ‘en dus’ te gebruiken.
Je houdt het gesprek gaande en je trekt en passant ook nog even een verborgen conclusie. Hoe mooi kun je het hebben: ‘en dus….’

Pareltje tussen het zwerfvuil

Mw Kupers ruimt zwerfvuil 1Met zo’n 184 km/km aan oppervlakte is Moerdijk de grootste gemeente van de provincie Noord-Brabant en daarmee de tiende gemeente – qua grootte – van het land. Regelmatig worden hoeveelheden vuilnis aangetroffen in het buitengebied.
Tijdens een werkbezoek in de buurt van Klundert wordt deze foto gemaakt van een milieubewuste inwoner. Tijdens het fietsen even wat zwerfvuil uit de berm meenemen.
Een pareltje tussen het zwerfvuil
(Foto Pieter den Hollander, Klundert)

Markante uitspraken

Kwantiteit of kwaliteit? Het is maar hoe het uitkomt!

In het weekend luister en kijk ik graag nog wat favoriete programma’s terug die ik heb gemist en die een relatie hebben met o.m. de lokale politiek.
Op BNR-radio van afgelopen woensdag (17 februari), in het programma Bouwmeesters, was Stef Blok van het ministerie van Wonen en Rijksdienst te gast.  Voor de interviewer soms moeilijk om deze minister krachtige uitspraken over zijn beleid te ontlokken. De minister doet daarbij echt niet onder voor zijn college minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Maar dit terzijde.

Aan het einde van het interview was de interviewer benieuwd of er een minister voor dit departement terug zou moeten komen. Een breed antwoord van Dhr. Blok was het gevolg met de volgende strekking: ik ben vóór een efficiënte overheid, maar de keuze is aan de volgende regering. Hoeveel mensen je neerzet is afhankelijk van hoeveel partijen je denkt nodig te hebben voor een regering. Partijen willen nu eenmaal veel ministers.

Hoezo efficiënt? Kwantiteit boven kwaliteit ….. en vul de rest zelf maar in.

“Democratie moet onderhouden worden”

Een uitspraak van de burgemeester van Borne, Rob Welten begin dit jaar.

Ik vind dat een juiste constatering. En vooral in een tijd dat – naar mijn idee – vrij veel aandacht wordt besteed aan het fenomeen democratie en democratisch handelen, te pas en te onpas en in welke zin dan ook. Dan past een dergelijke uitspraak wel. Op de achtergrond van deze uitspraak kom ik zo nog even terug.

Vrijheid van meningsuiting, privacy, veiligheid, voorkomen van intimidatie. Een aantal begrippen en idealen die op dit moment wat meer in beeld zijn. Zowel in positieve als in negatieve zin.
Niet alleen gevoed door de discussie rond meer tolerantie, b.v. ten aanzien van asielzoekers. Maar ook door een toename van onverschilligheid, soms vijandigheid  en het ontbreken van respect.

Ik stel dit vast als ik een artikel in de krant of een ander tijdschrift lees. Of als ik op een begrip google, dat ik wat meer wil uitspitten b.v. als achtergrond voor mijn politieke activiteiten.
Democratisch handelen en respect zijn begrippen die voor mij dicht bij elkaar liggen. Het zijn voor mij ook kernwaarden, zoals gedeelde verantwoordelijkheid. Het zijn voor mij geen kreten, maar in de loop van de tijd begrippen geworden.

Eigenlijk had ik een artikeltje willen schrijven naar aanleiding van de uitspraak van genoemde burgemeester Rob Welten. Ik had willen reageren op zijn uitgesproken gedachten, begin dit jaar, over politieke dienstplicht. Dat komt dan een volgende keer wel.

Inmiddels ben ik weer aangesteld als raadslid in de mooie gemeente Moerdijk. En juist deze kernwaarden gaven voor mij de doorslag bij mijn keuze. Een keuze, toen ik onlangs werd gevraagd of ik nog een paar jaar het raadslidmaatschap voor het CDA wilde vervullen.
Deze plaats was vrijgekomen omdat het zittende raadslid een keuze maakte tussen twee passies. Haar rol als vrijwilliger in de samenleving en haar rol als raadslid. Ook dat vind ik een vorm van democratisch onderhoud. Daar heb ik respect voor!

De inspectiedienst daalt af

Eindelijk wordt het toegegeven. De Inspectie voor de gezondheidszorg geeft het ontbreken van (praktijk) kennis bij de inspectie toe. In de volgende situatie betreft dit het toezicht op de zorgverlening m.n. rond de WMO. Genoemde inspectie gaat gebruikmaken van de ervaringsdeskundigheid van zorgontvangers en van mantelzorgers om beter te kijken naar de zorgbehoefte van de cliënten.  Het is de bedoeling dat de zogenaamde lekeninspecteurs met de ‘professionele’ inspecteurs de zorginstellingen en hulpverleners gaan bezoeken.

Andere maatregelen, aanvullend op de taak van de inspecties (of desondanks) is gewenste nieuw wetgeving. Denk aan de wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen in de zorg (Wkkgz). Maar ook het gebruik van mystery guests, zoals bij de controle van het schenken en verkopen van alcohol aan de jeugd. Naast meld- en signaalpunten van situaties die in de ogen van de melder niet goed gaan, centra voor jeugd en gezin, WMO-consulenten, huisartsen, wijkverplegers en leraren die een signaalfunctie hebben. Dit is overigens een beperkte opsomming van zorg- en hulpverleners, die een stukje (extra) werkgelegenheid en inkomen hebben gevonden binnen het zorgwereldje.

Heb je er al beeld bij. Een inspecteur, die samen met de buurvrouw van iemand (lekeninspecteur) in een ziekenhuis aankondigt dat ze de zorg- en hulpverlening komen inspecteren. Niet om een bloemetje te brengen, maar voor controle op de uitvoering. Zie je voor je wat er bij de receptie van dit ziekenhuis gaat gebeuren? In deze zorginstelling, waar tegenstellingen in de uitvoering steeds meer negatieve gevolgen hebben voor de handen aan het bed. Daar zitten ze niet te wachten op deze aanvullende maatregel.

Zo kun je zelf wel een aantal situaties bedenken, zoals de zorgverlening in een huisartsenpost.
Er zijn allerlei (vormen van) inspecties met vele managers en werknemers in de uitvoeringsorganisatie. Goed voor de werkgelegenheid, dát wel. Maar of je er nou alle doelstellingen, die aan die instanties zijn gehangen behaalt, blijft voorlopig de vraag. En of je nu je doelen wilt bereiken door de inspecties aan te vullen met surrogaatinspecteurs?

Wel lijkt het mij te passen in de golfbeweging van de zorgverlening. Eerst alles op het gebied van zorg, jeugd en werk over de schutting van de gemeenten gooien. Vervolgens er een paar jaar over doen om vast te stellen dat je een groot deel van de bezuinigingsdoelstelling hebt behaald. En dan er langzaam naar toewerken dat alles weer centraal geregeld moet gaan worden (lees door het rijk).
Ingezet doel bereikt. Met dank aan de ‘lekeninspecteurs’ die dit mede hebben veroorzaakt.

Misschien toch een lichtpuntje. De inspectiedienst gaat ook kijken naar de bureaucratie en administratieve taken van de zorgverleners. Alleen heb je daarvoor als inspectiedienst voor de gezondheidszorg toch geen buitenstaanders nodig.
Doe gewoon je werk en daal eens af naar de werkvloer, naar al die door de zorgontvangers / cliënten gerespecteerde hulpverleners.

Boze burgers en BB-loket

hangplek voor ouderen blogTwee ingezonden brieven in een landelijk dagblad. Reacties op een artikel in de zaterdageditie van deze krant. Om met het laatste te beginnen. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) had vastgesteld dat het met Nederland structureel de verkeerde kant opgaat. Althans zo’n 15 procent van onze inwoners hebben dat gevoel, vertaald in maatschappelijk onbehagen.
Een hele pagina op zaterdag over onvrede bij burgers, waaruit de doelgroep bestaat en andere etiketjes.
Met als kop: ‘Boos over vluchtelingen en over nog veel meer’.

Als ik zo’n artikel lees, dan zoek ik naar het waarom, de strekking, wat wil je ermee bereiken.
Naar mijn idee kwam het er niet uit, althans werd het krantenartikel zéker zo niet afgesloten. De laatste zinnen repten over ‘het kristallisatiepunt’ en het ‘door burgers’ afgedwongen referendum over Oekraïne op 6 april. Of het die BB’er iets kan schelen (teneur artikel).
Fijn dat er dan nog twee ervaringsdeskundigen op maandag het podium krijgen in de krant. De één spuwt nog even gal over de oorzaak ‘Vluchtelingen’ en de ander ziet een oplossing in een BB-loket.

Het is goed om ook vast te kunnen stellen dat we de goede kant opgaan. Dat werd niet in het krantenartikel vermeld. Immers heeft datzelfde planbureau al meerdere keren dergelijke onderzoeken gedaan. Eigenlijk monitoort dit instituut constant o.a. het onbehagen bij Nederlanders en ‘analyseert’ die gegevens. Naar aanleiding van een onderzoek tussen 2008 en 2010 werd door het SCP geconcludeerd dat een kwart van de mensen ontevreden was. En eerder deze eeuw (2004) was er zelfs sprake van een derde van de bevolking, die even niets met de maatschappij had.

Eigenlijk zitten we met deze 15 procent (2015) nog niet eens op het niveau van de vorige eeuw (midden jaren ’90). Toen had zo’n 17 procent van de mensen moeite met o.a. de oplossing van maatschappelijke problemen, de politiek, met de hoogte en de aard van de criminaliteit, met buitenlanders die hier komen werken en het probleem van steeds minder geld om uit te geven.

Het gaat dus de goede kant op met de maatschappelijke betrokkenheid. Weliswaar hebben veel mensen – gelet op de recente onderzoeken van het SCP ruim de helft – zorg bij de ontwikkelingen in Nederland, maar dat Nederland daarmee afglijdt?
De vraag is wat je dan wél suggereert met dit artikel. We gaan immers – gezien de onderzoeken van de afgelopen decennia – de goede kant op met Nederland en met zijn BB’ers. Misschien iets voor de wekelijkse brief in die krant (van de hoofdredactie).

O ja … Niet weer een loket erbij hè. We zijn juist bezig om al die loketten af te schaffen en te beperken tot ‘BuitenBeter-apps” e.d.
Advies: ga eens bij een ouderen-hangplek luisteren in je wijk of dorp. Zeker weten dat je er niet negatiever vandaan komt!